omroeper

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) een persoon die televisie- of radioprogramma's aankondigt
    De omroeper is vervangen door een programmagids.
  2. een persoon die iets aan een grote groep mensen vertelt
    De omroeper gaf aan dat we alleen door de linker ingang naar binnen konden.

Etymologie

* van omroepen

Vertalingen

DuitsAnsager, Moderator