omroepster
vrouwelijk (de)/ˈɔmrupstər/
Wat is de betekenis van omroepster?
omroepster betekent: (beroep) vrouw die televisie- of radioprogramma's aankondigt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) vrouw die televisie- of radioprogramma's aankondigt
- (beroep) vrouw die het publiek op een bepaalde plaats, meestal met hulp een geluidsinstallatie, mondeling informeert
Voorbeelden van "omroepster" in een zin
- De omroepster met blonde haren zag er weer aantrekkelijk uit.
- In zijn Anathema's I verklaart hij, dat ons nationale toneel niet om aan te horen is: het praktiseert een gedeformeerde spreektrant, die kenmerkend is voor ook andere categorieën van beroepssprekers. Dat speciale abnormale toontje, waaraan men de dominee, de vakbondsman, de omroepster én de toneelspeler herkent. De dominee galmt, de vakbondsman o.r. eert, de omroepster (warenhuizen, stations, luchthavens) steriliseert haar klanken en de toneelspeler maakt een drama van elke zin.
Etymologie
* van omroepen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek