omspannen
/ˈɔmspɑnə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) iets op een andere wijze inspannen, gewoonlijk een stel paardenIs de postkoets al omgespannen?
werkwoord
- (ov) op strakke wijze geheel omgevenMet zijn grote handen kon hij de boom maar met moeite omspannen.Hij had de boom omspannen met een stalen draad.De boom werd door hem omspannen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek