omspelen

Betekenis

werkwoord
  1. op een handige manier iemand passeren met voetbal of een andere balsport
    Dzsudzsák maakte vervolgens zijn tweede. In de slotfase deed Berg hetzelfde door de debuterende AZ-doelman Esteban te omspelen: 0-4. Tubantia 12-02-11 [https://www.tubantia.nl/sport/psv-rolt-az-op-0-4~aa92f2fe/ PSV rolt AZ op: 0-4]
    Op slag van rust kreeg Inter de genadeslag. Die werd uitgedeeld door de Spaanse vedette Raul. Terwijl de verdedigers van Inter toekeken, kon Raul in de 45e vrij door het hart van de defensie lopen, doelman Julio Cesar omspelen en de 1-0 aantekenen. Tubantia 12-02-11 [https://www.tubantia.nl/sport/schalke-04-schakelt-bekerhouder-inter-uit~ab4bd92e/ 13-04-11]
  2. een muziekstuk versieren met extra tonen
    Soms is het ook een kwestie van tijd. „Als ik van Psalm 118 twee verzen opgeef en een organist gaat als voorspel elke regel van de psalm helemaal omspelen en vervolgens bij het tussenspel opnieuw, dan kom ik in tijdnood. Reformatorisch Dagblad Jaco van der Knijff 02-08-2014 [https://www.rd.nl/muziek/ds-n-van-der-want-de-muziek-bleef-kriebelen-1.407424 Ds. N. van der Want: De muziek bleef kriebelen]
werkwoord
  1. vrolijk ergens voortbewegen
    De zonnestralen speelden om de takken van de boom