passeren

/xxxx/

Wat is de betekenis van passeren?

passeren betekent: (inerg) langskomen, voorbijgaan

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) langskomen, voorbijgaan
  2. ov, verkeer (ov), (verkeer) voorbijsteken, inhalen
  3. ov, kookkunst (ov), (kookkunst) door een zeef laten gaan
  4. juridisch (juridisch) bekrachtigen van een akte door een notaris
  5. ov (ov) overslaan bij een benoeming
  6. ov (ov) overslaan bij een besluitvorming
  7. erga, verouderd (erga), (verouderd) gebeuren

Voorbeelden van "passeren" in een zin

  • Er passeerden veel wandelaars.
  • Hij passeerde een aantal auto's en ging weer naar de rechterbaan.
  • `Onze gasten kunnen gerust slapen in de wetenschap dat hun vertrekken duchtig worden bewaakt; zei Montebello. `Om zich toegang te verschaffen tot de bovenverdiepingen dient men te passeren tussen de hybride verschijningsvorm van de angst en het verraderlijk spinnende poesje dat voor raadselen stelt, die respectievelijk staan voor het weinig realistische zelfbeeld van de man en het wezen van de vrouw, als u het mij toestaat u te amuseren met mijn dilettantisme op het gebied van de symboliek.
  • Het was al donker toen ik een onverharde weg passeerde waar een aantal eenpersoonstenten in de berm stonden.
  • De saus wordt daarna nog even gepasseerd.

Betekenis en uitleg van passeren

Het woord 'passeren' verwijst naar het voorbijgaan of het overschrijden van een bepaalde plek of situatie. Het kan ook betekenen dat iemand iets of iemand anders overtreft of voorbijstreeft in een bepaalde context.

Je gebruikt 'passeren' vaak in situaties waarin je beschrijft dat je langs iets of iemand heen gaat, zoals bij verkeer of een wandeling. Het woord kan ook figuurlijk worden gebruikt, bijvoorbeeld als je het hebt over het passeren van een mijlpaal in je leven. De nuance kan variëren van eenvoudig voorbijgaan tot het symbolisch overtreffen van een ander.

Voorbeelden

  • Toen ik de bus naar huis nam, moest ik een groep wandelaars passeren op het smalle pad.
  • Zij wist haar voorganger in de race te passeren en eindigde als eerste.
  • Tijdens het examen voelde hij de druk toen zijn klasgenoten sneller leken te passeren.

Woordoorsprong

Het woord 'passeren' is afgeleid van het Latijnse 'passare', wat 'verleden gaan' betekent. Het heeft zich in de loop der tijd ontwikkeld in de Nederlandse taal.

Veelgestelde vragen over passeren

Wat is de betekenis van passeren?

passeren betekent: (inerg) langskomen, voorbijgaan

Hoeveel betekenissen heeft passeren?

passeren heeft 7 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je passeren in een zin?

Voorbeeld: “Er passeerden veel wandelaars.

Etymologie

* In de betekenis van ‘voorbijgaan’ voor het eerst aangetroffen in 1294

Uitdrukkingen

  • [1] langskomen, voorbijgaan
  • De revue passeren(oorspronkelijk militair jargon) beoordeeld worden; voorbijkomen; gesteld worden (van vragen)
  • [2] voorbijsteken, inhalen
  • Een gepasseerd stationZie stationUitdrukkingen en gezegden
  • [6] overslaan bij een besluitvorming
  • Zich gepasseerd voelenZich buiten spel gezet voelen, vinden dat er bij een beslissing door een ander geen rekening is gehouden met het belang dat men zelf bij de zaak had

Vertalingen

Engelspass
Franspasser
Duitspassieren
Spaanspasar, adelantar