passeren

/xxxx/

Wat is de betekenis van passeren?

passeren betekent: (inerg) langskomen, voorbijgaan

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) langskomen, voorbijgaan
  2. ov, verkeer (ov), (verkeer) voorbijsteken, inhalen
  3. ov, kookkunst (ov), (kookkunst) door een zeef laten gaan
  4. juridisch (juridisch) bekrachtigen van een akte door een notaris
  5. ov (ov) overslaan bij een benoeming
  6. ov (ov) overslaan bij een besluitvorming
  7. erga, verouderd (erga), (verouderd) gebeuren

Voorbeelden van "passeren" in een zin

  • Er passeerden veel wandelaars.
  • Hij passeerde een aantal auto's en ging weer naar de rechterbaan.
  • `Onze gasten kunnen gerust slapen in de wetenschap dat hun vertrekken duchtig worden bewaakt; zei Montebello. `Om zich toegang te verschaffen tot de bovenverdiepingen dient men te passeren tussen de hybride verschijningsvorm van de angst en het verraderlijk spinnende poesje dat voor raadselen stelt, die respectievelijk staan voor het weinig realistische zelfbeeld van de man en het wezen van de vrouw, als u het mij toestaat u te amuseren met mijn dilettantisme op het gebied van de symboliek.
  • Het was al donker toen ik een onverharde weg passeerde waar een aantal eenpersoonstenten in de berm stonden.
  • De saus wordt daarna nog even gepasseerd.

Etymologie

* In de betekenis van ‘voorbijgaan’ voor het eerst aangetroffen in 1294

Uitdrukkingen

  • [1] langskomen, voorbijgaan
  • De revue passeren(oorspronkelijk militair jargon) beoordeeld worden; voorbijkomen; gesteld worden (van vragen)
  • [2] voorbijsteken, inhalen
  • Een gepasseerd stationZie stationUitdrukkingen en gezegden
  • [6] overslaan bij een besluitvorming
  • Zich gepasseerd voelenZich buiten spel gezet voelen, vinden dat er bij een beslissing door een ander geen rekening is gehouden met het belang dat men zelf bij de zaak had

Vertalingen

Engelspass
Franspasser
Duitspassieren
Spaanspasar, adelantar