pass

mannelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van pass?

pass betekent: (voetbal) schot naar een speler van hetzelfde elftal

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voetbal (voetbal) schot naar een speler van hetzelfde elftal

Betekenis en uitleg van pass

Het woord 'pass' wordt vaak gebruikt om aan te geven dat je iets doorlaat of niet meedoet aan een bepaalde activiteit. Het kan zowel letterlijk, zoals bij het doorgeven van een object, als figuurlijk, zoals het niet deelnemen aan een spel of discussie, worden gebruikt.

Je gebruikt 'pass' in situaties waarin je ervoor kiest om niet deel te nemen of iets niet te doen. Dit kan bijvoorbeeld tijdens een spel zijn, waar je ervoor kiest om je beurt over te slaan, of in een gesprek waarin je geen mening wilt geven. Het woord heeft een informele toon en kan ook een gevoel van gemak of onverschilligheid uitdrukken.

Voorbeelden

  • Tijdens het spel Monopoly besloot ik om mijn beurt te pass omdat ik geen goede kaarten had.
  • Als iemand je vraagt om een moeilijke vraag te beantwoorden, kun je gewoon zeggen: 'Ik pass, ik heb er niets op te zeggen.'
  • Bij de teamvergadering koos ik ervoor om te pass, omdat ik het onderwerp niet goed begreep.

Woordoorsprong

Het woord 'pass' komt van het Latijnse 'passare', wat 'doorlaten' of 'gaan' betekent. Het heeft in verschillende talen zijn weg gevonden met soortgelijke betekenissen.

Veelgestelde vragen over pass

Wat is de betekenis van pass?

pass betekent: (voetbal) schot naar een speler van hetzelfde elftal

Welk woordgeslacht heeft pass?

pass is een mannelijk (de).

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘schot van de bal naar een medespeler bij het voetbalspel’ voor het eerst aangetroffen in 1936