Passage

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gelegenheid, mogelijkheid om te passeren, doorgang
  2. gedeelte van een tekststuk of muziekstuk
  3. overdekte winkelstraat
  4. overtocht per boot of vliegtuig (-> passagebiljet)
  5. medisch (medisch) ontlasting, doorgang

Etymologie

* van passeren

Vertalingen

Engelspassage