Passage
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- gelegenheid, mogelijkheid om te passeren, doorgang
- gedeelte van een tekststuk of muziekstuk
- overdekte winkelstraat
- overtocht per boot of vliegtuig (-> passagebiljet)
- (medisch) ontlasting, doorgang
Etymologie
* van passeren
Vertalingen
Engelspassage
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek