omstander
mannelijk (de)/ˈɔmstɑndər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- toeschouwer, getuigeDe omstander schoot te hulp toen de spoorbomen dichtgingen en wist de man en de hond net op tijd weg te halen.
Vertalingen
Engelsonlooker
Fransbadaud
DuitsZuschauer
Spaansmirón
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek