omtrok
/ˈɔmtrɔk/
Wat is de betekenis van omtrok?
omtrok betekent: enkelvoud verleden tijd van omtrekken
Betekenis
werkwoord
- enkelvoud verleden tijd van omtrekken
- enkelvoud verleden tijd van omtrekken
Voorbeelden van "omtrok" in een zin
- Ik omtrok.
- Jij omtrok.
- ... dat ik omtrok.
- ... dat jij omtrok.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek