omwonende

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die ergens in de buurt woont
    De omwonenden van de afgebrande fabriek moesten geëvacueerd worden.
    De omwonenden van de discotheek hadden veel last van het lawaai in het weekend.
    De werkgroep van omwonenden baseert haar analyse op CBS-cijfers over de handel met de bestemmingen en verklaarde alle vluchten naar plekken waarmee Nederland nauwelijks handelsrelaties heeft als overbodig.

Etymologie

*afgeleid van omwonend