omwonende
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die ergens in de buurt woontDe omwonenden van de afgebrande fabriek moesten geëvacueerd worden.De omwonenden van de discotheek hadden veel last van het lawaai in het weekend.De werkgroep van omwonenden baseert haar analyse op CBS-cijfers over de handel met de bestemmingen en verklaarde alle vluchten naar plekken waarmee Nederland nauwelijks handelsrelaties heeft als overbodig.
Etymologie
*afgeleid van omwonend
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek