omzeilen

/ˈɔmzɛilə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) langs een omweg zeilen
werkwoord
  1. ov (ov) via een omweg rond een obstakel zijn doel weten te bereiken
    Zo hebben we die file netjes omzeild.
  2. ov (ov) overdrachtelijk een moeilijkheid uit de weg weten te gaan, behoedzaam ontwijken
    Die wet functioneert niet goed; mensen weten de bepalingen maar al te goed te omzeilen.
    Dus hier hebben we een dilemma dat moeilijk te omzeilen is.

Etymologie

*van Middelnederlands "ommeseilen", op te vatten als

Vertalingen

Spaansesquivar