onaneren

/ˌonaˈnerə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. zichzelf seksueel bevredigen
    Ben je katholiek.‘Nee. ’Het is nochtans een toffe godsdienst. Je mag zondigen à volonté, op voorwaarde dat je achteraf biecht en boete doet, maar daarna mag je onmiddellijk opnieuw onaneren en copuleren en zachte zoogdieren brandwonden toedienen. de Standaard 18 JULI 2015
    Namen die op marketingafdelingen hoog in kantoortorens fris klinken, klinken vaak anders op de grond. Toen Japanners ontdekten dat een Mazda LaPuta in Spaanstalige landen een Mazda DeHoer is, was het al te laat en waren foto's van LaPuta's in tippelzones een feit. In het Franstalige Quebec liep de lancering van de Buick LaCrosse uit op een publicitaire ramp - de Amerikanen wisten niets over minder nette synoniemen voor onaneren en bleken een 'aftrek-Buick' op de markt te hebben gebracht. KIA Provo bekte lekker in Korea, maar niet in het Verenigd Koninkrijk, waar Provo staat voor de Provisional IRA en KIA voor Killed In Action. Volkskrant Olaf Tempelman 10 februari 2016
  2. coïtus interruptus toepassen (voor het zingen de kerk uitgaan)

Etymologie

*afgeleid van "onanie" , in de betekenis van ‘masturberen’ aangetroffen vanaf 1824

Vertalingen

Engelsmasturbate