onderbed

onzijdig (het)/ˈɔndərˌbɛt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onderste bed van een stapelbed
    Wij wandelen door een lange, smalle gang met cabines aan weerszijden, elk met een boven- en een onderbed.
  2. wegenbouw (wegenbouw) onderste deel van aangelegde weg dat de basis vormt waar het wegdek op rust
    De 'opbreekvergunning' bevat vele bepalingen. Zo dient alvorens 'tot het opbreken van de wegbedekking wordt overgegaan', een 'deugdelijk staketsel' om 'de omtrek van het werk' te worden aangebracht, waarop bij nacht 'één of meer rood of oranje licht gevende lantaarns moeten branden'. 'Ondergravingen van de wegbedekking en haar onderbed' zijn niet toegestaan. Het 'zandbed' dient bij het aanvullen van de ontgraving 'voldoende' te worden verdicht, 'zulks ten genoegen van de sektor Stadsdeelwerken'.
  3. verouderd (verouderd) zachte deel van een slaapgelegenheid waar het lichaam op rust
    Mijne spijskist was het hoofdkussen, mijn korte pels was het dekbed, en de planken der slaapbank, die met zeehonden vel bekleed was, waren het onderbed.
  4. verouderd (verouderd) deel van een slaapgelegenheid waar de matras op rust
    {{ouds