onderbevelhebber
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bevelhebber met een lagere rang dan de opperbevelhebber' Toen zijn pezige onderbevelhebber Vuldai vroeg: 'Hoe moeten de tragere ruiters met de voorraden ons inhalen?' antwoordde de drieste generaal: 'Zij zullen Kiev niet verlaten.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek