onderbevelhebber

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bevelhebber met een lagere rang dan de opperbevelhebber
    ' Toen zijn pezige onderbevelhebber Vuldai vroeg: 'Hoe moeten de tragere ruiters met de voorraden ons inhalen?' antwoordde de drieste generaal: 'Zij zullen Kiev niet verlaten.