onderbreking

vrouwelijk (de)/ˌɔndərˈbrekɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een tijdelijk staken van activiteit door een onverwachte gebeurtenis
    Een onderbreking verstoorde de vergadering.
  2. een kort ophouden van bezigheden als pauze
    Het toneel herbegon na een korte onderbreking tijdens dewelke velen naar het toilet gingen.
    Maar deze wekelijkse bezoeken aan de kerk vormden een onderbreking in mijn hectische week en gaven me de gelegenheid om een pauze in te lassen en na te denken over mijn familie en vrienden.

Etymologie

* van onderbreken

Vertalingen

Engelsinterruption, intermission
Fransinterruption, pause, intermission
DuitsUnterbrechung, Unterbrechung, Pause
Spaanspausa, intermisión
Portugeesintermitência
Japans中断
Zweedsavbrott, avbrott