onderbroek
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɔndərˌbruk/
Wat is de betekenis van onderbroek?
onderbroek betekent: (kleding) kledingstuk dat onder de gewone broek, direct op de huid wordt gedragen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kleding) kledingstuk dat onder de gewone broek, direct op de huid wordt gedragen
Voorbeelden van "onderbroek" in een zin
- De naad in mijn onderbroek veroorzaakte zoveel pijn dat ik hem uittrok en die avond op het kampvuur ritueel verbrandde.
- Ze trokken langzaam hun kleren uit, ze deed niet eens alsof ze weerstand bood, maar toen ze alleen nog haar hemd en onderbroek aanhad, verontschuldigde ze zich en ging naar de badkamer om iets te doen, plassen of een pessarium indoen of wat het ook kon zijn.
Vertalingen
Engelsunderpants
Fransslip, caleçon
DuitsUnterhose
Spaansslip, calzón
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek