ondergang

mannelijk (de)/ˈɔndərˌɣɑŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het verdwijnen onder de horizon van een hemellichaam
    De ondergang van Venus is vandaag iets eerder dan die van de maan.
  2. het verdwijnen van een stad, staat of cultuur, met name ten gevolge van oorlog
    De ondergang van de Klassieke Mayacultuur is nog altijd raadselachtig.
    Mathematicus Spina, die voor desen treffelijck getroffen heeft, deselve prognosticeert des Turcken ondergang in den Iare 1650. desgelijcx doetoock een Monnick , dewelcke over Vranckrijck in Polen ghe
  3. het kapot gaan van iets
    Als de aanstaande ondergang van het Aquarium dit jaar het sombere nieuwtje binnen de familie was, dan was het des te merkwaardiger dat hij bij zijn broer thuis was om te vieren wat juist de grootste vreugde van de familie was geweest.
  4. de dood of het verzinken in ellende van een persoon
    De drank wordt nog je ondergang als je zo doorzuipt!

Etymologie

*Afgeleid van ondergaan,

Vertalingen

Engelssunset, decline, decay
Franscoucher, déclin, décadence
DuitsUntergang, Untergang, Verfall
Spaanspuesta, baja, decadencia
Russischзакат, упадок, погибель