ondeugd
mannelijk/vrouwelijk (de)/'ɔndøxt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- slechte gewoonte of handelingEen gat in de hand is een ondeugd waar velen mee worstelen.
- (spottend) iemand - vaak een jonge persoon - die kattenkwaad uithaaltDie ondeugd heeft het wachtwoord van m'n PC gewijzigd!
Etymologie
*antoniem van deugd
Vertalingen
Engelsvice, rascal
DuitsUntugend
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek