Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

onevenhoevigen

/ˌɔnevənˈhuvəɣə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zoogdieren met een oneven aantal tenen met hoeven, orde met een oneven aantal tenen met hoeven
    Neushoorns en paarden, beide onevenhoevigen, staan dichter bij elkaar dan het lijkt.

Etymologie

*"onevenhoevige" met de uitgang -n

Vertalingen

Spaansperisodáctilos, Perissodactyla