onfatsoenlijkheid
vrouwelijk (de)
Wat is de betekenis van onfatsoenlijkheid?
onfatsoenlijkheid betekent: iets wat niet netjes en welgemanierd is volgens de geldende fatsoensregels
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets wat niet netjes en welgemanierd is volgens de geldende fatsoensregels
Voorbeelden van "onfatsoenlijkheid" in een zin
- Begreep ze de ware aard van deze dartele grappen? Natuurlijk moest dat wel, en om ze de schijn van welvoeglijkheid te geven, die de onfatsoenlijkheid van dit alles kon verbloemen, deed ze er zelf aan mee.
Etymologie
* afleiding van onfatsoenlijk
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek