ongegeneerdheid
vrouwelijk (de)/ˌɔŋɣəʒəˈnerthɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- volledig gebrek aan schaamte (over iets waarover men zich eigenlijk wel zou moeten schamen)
- beschamende handelwijzeGeplaatst voor het Franse voorstel om België voor 20 miljard Euro compensaties aan te bieden als onze F16's zou vervangen worden door de Rafale, heeft de Minister van Landsverdediging geoordeeld dat dit aanbod "te mooi om waar te zijn" is. Deze ongegeneerdheid laat volgens mij een gebrek aan elegantie en respect zien tegenover onze Franse partners.
Etymologie
* afleiding van ongegeneerd
Vertalingen
Engelsabandonment
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek