ongelijk
Wat is de betekenis van ongelijk?
ongelijk betekent: ongelijk hebben: iets niet goed of op een verkeerde manier begrijpen
Betekenis
- ongelijk hebben: iets niet goed of op een verkeerde manier begrijpen
Voorbeelden van "ongelijk" in een zin
- Albert kon haar wel duizend keer uitleggen dat dat er niets mee te maken had, zijn moeder was niet van het soort dat zomaar van mening veranderde, zij vond altijd weer andere voorbeelden en redenen, en had er een hekel aan ongelijk te hebben; ook in haar brieven kwam ze nog steeds terug op dingen van jaren geleden, het was doodvermoeiend. {{Aut|Lemaitre, Pierre
Betekenis en uitleg van ongelijk
Het woord 'ongelijk' verwijst naar een situatie waarbij twee of meer dingen niet gelijk of identiek zijn aan elkaar. Dit kan bijvoorbeeld betrekking hebben op afmetingen, waarden of meningen, waarbij er een verschil of discrepantie bestaat.
Je gebruikt 'ongelijk' vaak wanneer je een vergelijking maakt tussen twee of meer elementen die niet dezelfde eigenschappen hebben. Dit kan in dagelijkse gesprekken voorkomen, zoals het bespreken van verschillende meningen of het vergelijken van objecten. Het woord kan ook een emotionele lading hebben, bijvoorbeeld als iemand zich ongelijk behandeld voelt in een bepaalde situatie.
Voorbeelden
- De twee kinderen hebben ongelijk in hun benadering van het probleem, waardoor ze niet tot een oplossing komen.
- De prijzen van de producten zijn ongelijk, wat leidt tot verwarring bij de klanten.
- Hij voelde zich ongelijk behandeld toen zijn collega promotie kreeg, terwijl hij hard had gewerkt.
Woordoorsprong
Het woord 'ongelijk' komt van het Nederlandse 'gelijk', met het voorvoegsel 'on-' dat een negatieve betekenis toevoegt, waardoor het de tegenovergestelde betekenis van gelijkheid aanduidt.
Veelgestelde vragen over ongelijk
Wat is de betekenis van ongelijk?
ongelijk betekent: ongelijk hebben: iets niet goed of op een verkeerde manier begrijpen
Welk woordgeslacht heeft ongelijk?
ongelijk is een onzijdig (het).
Hoe gebruik je ongelijk in een zin?
Voorbeeld: “Albert kon haar wel duizend keer uitleggen dat dat er niets mee te maken had, zijn moeder was niet van het soort dat zomaar van mening veranderde, zij vond altijd weer andere voorbeelden en redenen, en had er een hekel aan ongelijk te hebben; ook in haar brieven kwam ze nog steeds terug op dingen van jaren geleden, het was doodvermoeiend. {{Aut|Lemaitre, Pierre”
Etymologie
*afgeleid van gelijk