ongeregeldheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets dat niet helemaal glad en effen is
    De rest van de rit zwijgen ze voornamelijk. Bij elke ongeregeldheid in het wegdek houdt ze haar adem in.
  2. verstoring van de openbare orde
    Ook de dood van de 18-jarige Michael Brown in 2014 leidde tot demonstraties en ongeregeldheden in heel Amerika, toen de agent die hem doodschoot niet werd vervolgd.
    Iedereen op Curaçao moet thuisblijven. De regering raadde de inwoners van het eiland aan om te hamsteren. De vervroegde avondklok heeft volgens de DMO-voorzitter niet tot grote ongeregeldheden geleid onder winkelend publiek.

Etymologie

* afleiding van geregeld

Vertalingen

Engelsdisorderliness, irregularity