onrust

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van onrust?

onrust betekent: het verstoord zijn van de maatschappelijke of sociale orde, verstoord zijn van de rust in een bepaalde groep mensen

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het verstoord zijn van de maatschappelijke of sociale orde, verstoord zijn van de rust in een bepaalde groep mensen
  2. het niet kalm of rustig zijn van het gemoed van iemand, het opgewonden zijn
  3. techniek (techniek) wieltje in een mechanisch uurwerk dat ervoor zorgt dat het uurwerk blijft lopen

Voorbeelden van "onrust" in een zin

  • Een aantal incidenten zorgde voor onrust in de wijk.
  • In de partij is onrust ontstaan over het voorstel.
  • Hij had al een tijdje een vreemde, nog nooit eerder beleefde onrust in zijn hart gevoeld. {{Aut|Herzen, Frank
  • Die 18-jarige Goldie had helemaal gelijk, waarom kon ik niet gewoon van het moment genieten? Waar kwam die onrust toch vandaan? Ik sjokte verder en zag de rivier af en toe ver onder mij in de kloof liggen.
  • De onrust bepaalt de snelheid waarmee een mechanisch uurwerk loopt.

Betekenis en uitleg van onrust

Onrust is het gevoel van onvrede of spanning dat je kunt ervaren wanneer dingen niet soepel verlopen. Het is dat knagende gevoel in je buik wanneer je je zorgen maakt of wanneer er iets onzekers in de lucht hangt.

Je gebruikt het woord 'onrust' vaak in situaties waarin er een gebrek aan stabiliteit of rust is, zoals in een chaotische omgeving of tijdens een periode van verandering. Onrust kan zowel op persoonlijk vlak voorkomen, bijvoorbeeld door stress of conflicten, als op maatschappelijk niveau, zoals tijdens politieke onrust. Het woord draagt vaak een negatieve connotatie en duidt op een behoefte aan herstel van kalmte.

Voorbeelden

  • Na het nieuws over de fusie heerst er onrust onder de medewerkers van het bedrijf.
  • De onrust in de stad nam toe na de demonstraties tegen het beleid van de overheid.
  • Ze voelde een onrust in haar hoofd terwijl ze zich voorbereidde op de belangrijke presentatie.

Woordoorsprong

Het woord 'onrust' is opgebouwd uit het Nederlandse voorvoegsel 'on-' dat een negatie aangeeft, en het woord 'rust', wat verwijst naar kalmte of stilstand. Samen betekent het letterlijk het ontbreken van rust.

Veelgestelde vragen over onrust

Wat is de betekenis van onrust?

onrust betekent: het verstoord zijn van de maatschappelijke of sociale orde, verstoord zijn van de rust in een bepaalde groep mensen

Hoeveel betekenissen heeft onrust?

onrust heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft onrust?

onrust is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Hoe gebruik je onrust in een zin?

Voorbeeld: “Een aantal incidenten zorgde voor onrust in de wijk.

Etymologie

*Afgeleid van rust

Vertalingen

Engelsunrest, agitation, alarm
Spaansagitación, desasosiego, intranquilidad