Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
ongeschondene
mannelijk (de)/ˈɔŋɣəˌsχɔndənə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- persoon die zelf niet beschadigd isDan, Heer, geef ons de gehoorzaamheidom op te staan vanonder de eik,en dat dan de nacht koel wezeop het voorhoofd van de ongeschondene.
- wat niet beschadigd isIn het gesprek waarin hij zichzelf, terugkijkend op zijn carrière, ‘een pure romanticus’ noemt, toont ook Morriën zich een vertolker van de romantiek van het ongeschondene.
- (verouderd) verbogen vorm van de stellende trap van ongeschondenIn die werkelijkheid, in de ongeschondene volheid van de materiële wereld, van de aarde, van al het biologische, het dierlijke, ontdekt hij de juiste proportie van de wisselwerking tussen geest en stof.
Etymologie
*Voltooid deelwoord van ongeschonden (zelfstandig gebruik van een bijvoeglijk naamwoord)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek