onhandigheid
vrouwelijk (de)
Wat is de betekenis van onhandigheid?
onhandigheid betekent: de mate waarin iemand iets op een moeilijke, omslachtige, of gebrekkige manier doet
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de mate waarin iemand iets op een moeilijke, omslachtige, of gebrekkige manier doet
- iets wat moeilijk, omslachtig of gebrekkig gebeurt
Voorbeelden van "onhandigheid" in een zin
- Maar de waardering voor zijn inzet kelderde vervolgens ook weer, vooral door zijn sociale onhandigheid. Zo sprak hij na een voor Nederlandse begrippen forse aardbeving in het voorjaar van 2019 over "een bevinkje". Dat werd hem tot in Den Haag zeer kwalijk genomen. Ook premier Rutte was not amused. Een verspreking moet kunnen, zei de VVD-leider. "Maar deze was echt wel heel ongelukkig." Wiebes maakte excuses voor de pijnlijke uitglijder.
Etymologie
* afleiding van onhandig
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek