onkosten

meervoud/ˈɔŋkɔstə(n)/

Wat is de betekenis van onkosten?

onkosten betekent: geld dat men moet uitgeven voor schade en verlies of bijkomende en onnodige zaken

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geld dat men moet uitgeven voor schade en verlies of bijkomende en onnodige zaken

Voorbeelden van "onkosten" in een zin

  • De onkosten voor de advocaat werden door de staat betaald.

Etymologie

*van Middelnederlands "oncosten", op te vatten als afgeleid van "kosten" "kosten die je moet maken zonder dat daar rechtstreeks een extra opbrengst of besparing tegenover staat", in de betekenis van ‘kosten’ voor het eerst aangetroffen in 1374