kosten
meervoud/ˈkɔstə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (absol) als te betalen prijs hebbenDeze boeken kosten maar vijf euro.Dat heeft hem meer gekost dan hij verwacht had.
- (absol) (figuurlijk) als tegenprestatie vereisen, verlies met zich meebrengen vanDat werk kost veel tijd, moeite en geduld.Deze wespensteken kosten hem zijn gezondheid.De tocht helemaal afmaken was volgens Josh een complete lifestyleverandering en kostte te veel tijd.
zelfstandig naamwoord
- geldbedrag of andere tegenprestatie voor een verkregen voorwerp of dienst of voor veroorzaakte schade
Etymologie
* "kost" met de uitgang -en
Uitdrukkingen
- het koste wat het kost
- koste wat het kost
- koste wat kost
- kost wat kost
Vertalingen
Engelscost, charge, expense
Franscoûter, couter
Duitskosten, erfordern, kosten
Spaanscostar, valer
Poolskosztować
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek