onmatigheid

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het onmatig zijn
    Thuis bij oom Hans Olaf, Alice, Ariadne en Sebastian hadden ze jaren geleden alles wat gezien kon worden als verspilling of onmatigheid afgeschaft en eerder een 'alternatieve kerst' georganiseerd, zoals Ariadne spottend zei.

Etymologie

*afgeleid van onmatig

Vertalingen

Spaansgula