onmatigheid
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het onmatig zijnThuis bij oom Hans Olaf, Alice, Ariadne en Sebastian hadden ze jaren geleden alles wat gezien kon worden als verspilling of onmatigheid afgeschaft en eerder een 'alternatieve kerst' georganiseerd, zoals Ariadne spottend zei.
Etymologie
*afgeleid van onmatig
Vertalingen
Spaansgula
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek