onnatuurlijkheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mate waarin iets kunstmatig of gekunsteld is
    Maar de onnatuurlijkheid – ze praten als in een stijf hoorspel – heeft iets onbedoeld komisch. Het zijn beschrijvingen die hoogstens in een haastige eerste versie thuishoren, waarbij de schrijver, of zijn redacteur, in de kantlijn aantekeningen maakt als: ‘uitwerken’ of ‘dit moet beeldender’.
  2. iets wat kunstmatig of gekunsteld is

Etymologie

* afleiding van onnatuurlijk

Vertalingen

Engelsaffectation, unnaturalness