onnozel
Wat is de betekenis van onnozel?
onnozel betekent: onschadelijk (ook van zaken)
Betekenis
- onschadelijk (ook van zaken)
- onschuldig, schuldeloos (zonder seksuele ervaringen)
- dwaas, naïef
- niet ernstig
- onbeduidend, onbelangrijk
Voorbeelden van "onnozel" in een zin
- Item die derde schouwe is des Woensdages na sinte Martijnsdach in den winter alle dyken in hair volle groot te wesen up 10 se., then ware offet den hiemraden onnosel dochte wesen.
- Het feest van de Onnozele Kinderen wordt op 28 december gevierd.
- di cuesch ende fijn ende onbeulect es, betekent mede daer ic noit met sunde en dede maer hebben gehouden van kinde alneen onosel van wiuen ende suuer ende reen
- Heel die ruzie was om een onnozele paraplu?
Betekenis en uitleg van onnozel
Het woord 'onnozel' verwijst naar iemand die naïef of dom overkomt, vaak op een schattige of onschuldige manier. Het kan ook wijzen op een gebrek aan ervaring of inzicht in een bepaalde situatie.
Je kunt 'onnozel' gebruiken om iemand te beschrijven die niet goed op de hoogte is van de werkelijkheid of die gemakkelijk te misleiden is. Het woord draagt vaak een milde of zelfs vertederende connotatie, waardoor het niet altijd als beledigend wordt ervaren. In situaties waarin iemand iets ondoordachts of simpels zegt, kan het ook als een luchtige opmerking worden gebruikt.
Voorbeelden
- Zijn onnozele vragen tijdens de vergadering maakten iedereen aan het lachen.
- Ze is zo onnozel dat ze dacht dat de maan van kaas was gemaakt.
- Hij lijkt misschien onnozel, maar zijn goedheid is echt oprecht.
Woordoorsprong
Het woord 'onnozel' komt vermoedelijk van het Middelnederlandse 'onnozel', wat 'onwetend' of 'dom' betekent. Het is verwant aan het woord 'nozel', dat een negatieve bijklank heeft.
Veelgestelde vragen over onnozel
Wat is de betekenis van onnozel?
onnozel betekent: onschadelijk (ook van zaken)
Hoeveel betekenissen heeft onnozel?
onnozel heeft 5 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Hoe gebruik je onnozel in een zin?
Voorbeeld: “Item die derde schouwe is des Woensdages na sinte Martijnsdach in den winter alle dyken in hair volle groot te wesen up 10 se., then ware offet den hiemraden onnosel dochte wesen.”
Etymologie
van Middelnederlands onnosel op te vatten als afleiding van verouderd nozel “schadelijk” met het voorvoegsel on-, beïnvloed door of gebaseerd op Latijn innocēns “onschuldig”, “deugdzaam” (lett. “niet schadend, onschadelijk”)