onoorbaar
Wat is de betekenis van onoorbaar?
onoorbaar betekent: ontoelaatbaar, ongepast, onbetamelijk, onfatsoenlijk, onbillijk
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- ontoelaatbaar, ongepast, onbetamelijk, onfatsoenlijk, onbillijk
Voorbeelden van "onoorbaar" in een zin
- In de notulen staat niks onoorbaars.
Etymologie
afleiding van oorbaar met het voorvoegsel on-
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek