onschuld

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɔnsxɵlt/

Wat is de betekenis van onschuld?

onschuld betekent: de staat waarin iemand geen kwaad gedaan heeft

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de staat waarin iemand geen kwaad gedaan heeft
  2. het argeloos of naïef zijn

Voorbeelden van "onschuld" in een zin

  • Een blijk van onschuld.
  • Wat een kinderlijke onschuld, zeg!

Betekenis en uitleg van onschuld

Onschuld verwijst naar de staat van niet schuldig zijn aan een bepaalde daad of misdrijf. Het is een gevoel van puurheid en vrij zijn van zonden of fouten.

Het woord 'onschuld' wordt vaak gebruikt in juridische contexten, bijvoorbeeld wanneer iemand wordt vrijgesproken van beschuldigingen. Daarnaast kan het ook emotioneel of moreel gebruikt worden, zoals het verwijzen naar de onschuld van kinderen, die vaak worden gezien als vrij van kwaad. Het heeft ook een nostalgische nuance, waarbij onschuld kan verwijzen naar een tijd of staat van zijn voordat er complexe of pijnlijke ervaringen plaatsvonden.

Voorbeelden

  • De jongen werd als onschuldig beschouwd totdat het tegendeel bewezen was.
  • Haar onschuld straalde uit haar ogen, een herinnering aan de zorgeloze kindertijd.
  • De documentaire liet zien hoe de onschuld van de slachtoffers werd aangetast door de gebeurtenissen.

Woordoorsprong

Het woord 'onschuld' komt van het Middelnederlands, waarin 'onschuldig' een combinatie is van 'on-' (niet) en 'schuld' (verantwoordelijkheid voor een fout).

Veelgestelde vragen over onschuld

Wat is de betekenis van onschuld?

onschuld betekent: de staat waarin iemand geen kwaad gedaan heeft

Hoeveel betekenissen heeft onschuld?

onschuld heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft onschuld?

onschuld is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van onschuld?

Synoniemen van onschuld zijn: schuldeloosheid, argeloosheid, naïviteit.

Hoe gebruik je onschuld in een zin?

Voorbeeld: “Een blijk van onschuld.

Etymologie

*afleiding van schuld

Uitdrukkingen

  • De handen in onschuld wassenBeweren volkomen onschuldig te zijn aan iets vervelends, alle verantwoordelijkheid daarvoor afschuiven
  • De vermoorde onschuld spelen/uithangenDoen alsof men onschuldig is aan iets wat men in werkelijkheid wel degelijk terecht verweten krijgt