onschuld

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɔnsxɵlt/

Wat is de betekenis van onschuld?

onschuld betekent: de staat waarin iemand geen kwaad gedaan heeft

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de staat waarin iemand geen kwaad gedaan heeft
  2. het argeloos of naïef zijn

Voorbeelden van "onschuld" in een zin

  • Een blijk van onschuld.
  • Wat een kinderlijke onschuld, zeg!

Etymologie

*afleiding van schuld

Uitdrukkingen

  • De handen in onschuld wassenBeweren volkomen onschuldig te zijn aan iets vervelends, alle verantwoordelijkheid daarvoor afschuiven
  • De vermoorde onschuld spelen/uithangenDoen alsof men onschuldig is aan iets wat men in werkelijkheid wel degelijk terecht verweten krijgt