ontbreken

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. absol (absol) niet aanwezig zijn terwijl dit wel zou moeten of verwacht wordt
    Er ontbrak een bestand op de harde schijf.
    Waar het in het advies aan ontbreekt, is een inhoudelijke beschouwing ten aanzien van ouderen, hun zorgvraag alsmede de zorgverlening. ‘Betaalbaarheid’ en ‘organiseerbaarheid’ zijn de uitgangspunten.
    Dit was een paradijs, alleen het koude biertje ontbrak.

Etymologie

*Van Middelnederlands ontbreken, samenstelling van breken (vergelijk gebrek) (2)

Vertalingen

Engelsbe missing
Fransmanquer
Duitsfehlen
Spaansfaltar
Zweedssaknas
Deenssavne