onthouden

/ɔntˈhɑudə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) in het geheugen bewaren
    Een olifant onthoudt alles.
    Maar word je wel onthouden zoals je echt was? Gijs Het woord 'wandelen' werd in het jaar 1201 voor het eerst opgeschreven door een ijverige monnik, maar het is zeker veel ouder.
    Ze had al drie keer dezelfde droom gehad en dat verontrustte haar, niet alleen vanwege de inhoud, maar ook omdat ze zich dromen normaal gesproken niet herinnerde, terwijl deze droom heel gemakkelijk te onthouden was.
  2. refl (refl) zich ~: bewust iets niet doen of van iets afzien, hoewel er een wens of behoefte naar is
    Zij onthielden zich van geslachtsgemeenschap.
  3. refl (refl) zich ~: bewust niet gebruikmaken van het recht om aan een stemming deel te nemen
    Zij onthielden zich van stemming.
  4. ditr (ditr) niet geven, niet doen toekomen
    Zijn loon werd hem onthouden.
  5. intr, dierkunde (intr), (dierkunde) drachtig worden

Etymologie

*Afgeleid van houden

Vertalingen

Engelsremember, abstain from
Fransretenir, se rappeler, s'abstenir
Duitsmerken, behalten, verzichten auf
Spaansrecordar, retener, abstenerse