ontlasten
/ɔntˈlɑstə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) een last verminderenZij wierpen alles wat niet absoluut noodzakelijk was weg om zo de pakdieren te ontlasten.
- (ov) een belasting verminderenDe nieuwe rondweg ontlastte het verkeer in de stad maar voor een korte tijd; daarna waren de opstoppingen weer een dagelijks verschijnsel
- (refl) zich ~ zich ontdoen van zijn uitwerpselenNa inneming van laxatieven wist hij zich eindelijk te ontlasten.
Etymologie
*afgeleid van last (stam van het werkwoord lasten) en
Vertalingen
Engelsdefecate
Fransdéféquer
Spaanseximir, eximirse, desahogar
Japans排便する
Deenslette
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek