ontlasten

/ɔntˈlɑstə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een last verminderen
    Zij wierpen alles wat niet absoluut noodzakelijk was weg om zo de pakdieren te ontlasten.
  2. ov (ov) een belasting verminderen
    De nieuwe rondweg ontlastte het verkeer in de stad maar voor een korte tijd; daarna waren de opstoppingen weer een dagelijks verschijnsel
  3. refl (refl) zich ~ zich ontdoen van zijn uitwerpselen
    Na inneming van laxatieven wist hij zich eindelijk te ontlasten.

Etymologie

*afgeleid van last (stam van het werkwoord lasten) en

Vertalingen

Engelsdefecate
Fransdéféquer
Spaanseximir, eximirse, desahogar
Japans排便する
Deenslette