ontlopen

/ɔntˈlopə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) een bepaald lot vermijden, ontkomen aan iets
    Hierdoor ontliepen de daders veelal hun straf en kon de schade niet worden verhaald.
  2. rcpq (rcpq) elkaar ~ van elkaar verschillen
    De resultaten ontliepen elkaar niet veel.

Etymologie

*Afgeleid van lopen

Vertalingen

Engelsavoid, escape, differ
Spaansevitar, escaparse, diferir