ontlopen
/ɔntˈlopə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) een bepaald lot vermijden, ontkomen aan ietsHierdoor ontliepen de daders veelal hun straf en kon de schade niet worden verhaald.
- (rcpq) elkaar ~ van elkaar verschillenDe resultaten ontliepen elkaar niet veel.
Etymologie
*Afgeleid van lopen
Vertalingen
Engelsavoid, escape, differ
Spaansevitar, escaparse, diferir
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek