ontologie

vrouwelijk (de)/ɔntolo'gi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de tak van de metafysica die zich bezig houdt met het bestuderen van de aard van het bestaan of het zijn, zijnsleer
    Hij studeert ontologie op de universiteit van Leiden.
  2. informatica (informatica) aanduiding voor een, door computers interpreteerbare, beschrijving van de werkelijkheid
    een ontologie bevat niet alleen feiten maar ook regels, gevat in logische formules. Uit dergelijke regels kan men nieuwe feiten afleiden met een automatisch redeneerprogramma

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘leer van het zijn’ voor het eerst aangetroffen in 1799

Vertalingen

Spaansontología