ontrust
ɔntˈrʏst
Wat is de betekenis van ontrust?
ontrust betekent: enkelvoud tegenwoordige tijd van ontrusten
Betekenis
werkwoord
- enkelvoud tegenwoordige tijd van ontrusten
- gebiedende wijs van ontrusten
- voltooid deelwoord van ontrusten
Voorbeelden van "ontrust" in een zin
- De dagen keerden licht van lust De nachten van belofte zwoel - Mijn hart, door 't blinde bloed ontrust Als in een doolhof op gevoel Tastte naar ongeweten doel…
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek