ontslaan

/ɔntˈslan/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) (m.b.t. een werknemer) de arbeidsovereenkomst beëindigen van, meestal wegens onbekwaamheid of wangedrag van de werknemer
    Dat waren de eerste dagorders van De Gaulle toen hij de macht had overgenomen in het bevrijde Parijs, om alle Franse diplomaten in de hele wereld die aan de kant van de verraders hadden gestaan te ontslaan en daarna alle die aan de kant van het vrije Frankrijk hadden gestaan te bevorderen.
  2. ov (ov) (+ van) ontheffen (van), vrijstellen (van): iemand ontslaan van een verplichting
  3. ov (ov) beëindigen van een ziekenhuisopname
    De patiënt werd drie dagen na de opname weer uit het ziekenhuis ontslagen.

Etymologie

*afgeleid van slaan

Vertalingen

Engelsdismiss, fire, discharge
Franslicencier, virer, entbinden
Duitsentlassen, feuern, entlassen
Spaansdespedir, liberar
Poolszwalniać