ontspruiten
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (erga) een nieuwe loot vormen aan een plant of uit een zaad.Een bruine boon ontspruit als je deze een tijdje op een vochtig sponsje in het donker legt.
Etymologie
*Afgeleid van spruiten
Vertalingen
Engelsgerminate, germer
Duitsentsprießen, sprießen, keimen
Spaansentallecer, brotar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek