ontvallen

/ɔntˈfɑlə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) iets zeggen wat men liever voor zich gehouden had
    Het is hem ontvallen dat er toch ontslagen gingen vallen.
  2. erga (erga) verloren gaan, gewoonlijk door te sterven
    Zo velen zijn ons in die verschrikkelijke tijd ontvallen.
  3. erga, figuurlijk (erga), (figuurlijk) uit iemands hand vallen in overdrachtelijke, vaak religieuze, zin
    Eer ik Uw hand ontval, spreek tot mij, zeg mij aan dat ik U vinden zal!

Etymologie

*Afgeleid van vallen

Vertalingen

Duitsherausrutschen