ontvallen
/ɔntˈfɑlə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) iets zeggen wat men liever voor zich gehouden hadHet is hem ontvallen dat er toch ontslagen gingen vallen.
- (erga) verloren gaan, gewoonlijk door te stervenZo velen zijn ons in die verschrikkelijke tijd ontvallen.
- (erga), (figuurlijk) uit iemands hand vallen in overdrachtelijke, vaak religieuze, zinEer ik Uw hand ontval, spreek tot mij, zeg mij aan dat ik U vinden zal!
Etymologie
*Afgeleid van vallen
Vertalingen
Duitsherausrutschen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek