ontvloeien

Betekenis

werkwoord
  1. ergens uitvloeien; ergens uit ontspringen
    Maar brandtDe hand,Die 't speeltuig spant,Van 't innig boezemgloeien;Geen toonZoo schoonBy mensch en Goôn,Dan die het hart ontvloeien. (1859)–Willem Bilderdijk [https://www.dbnl.org/tekst/bild002dich14_01/bild002dich14_01_0077.php De dichtwerken van Bilderdijk. Deel 13]

Etymologie

* afleiding van vloeien