ontwortelen
/ɔntˈwɔrtələ(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) losrukken uit de grond (van planten)De olifant was juist bezig een paar bomen te ontwortelen.
- (ov) (figuurlijk) losmaken van basis of bestaansgrond, het voortbestaan onmogelijk makenEn voor wie wel werkt heeft: technologische aardverschuivingen en bezuinigingen bij overheden ontwortelen her en der bedrijfstakken.
- (intr) geen omgeving meer hebben waar je je thuisvoeltWie verhuist vindt niets meer terug, herbegint als kind. Verhuizen is vervreemden, ontwortelen.
Etymologie
* van Middelnederlands "ontwortelen", afgeleid van wortelen , cognaat met "entwurzeln"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek