onverminderd

/ˈɔnvərˌmɪndərt/

Betekenis

voorzetsel
  1. formeel (formeel) zonder af te doen aan
    U heeft toestemming voor dit feest onverminderd de bepalingen over tegengaan van geluidhinder.

Etymologie

Natuurlijk zijn ze in Assen onverminderd trots op 'hun' Harry. Gastconservator Albert Haar noemt hem graag een icoon voor Drenthe, een voorbeeld voor de provinciale jeugd. Maar Muskee was natuurlijk meer dan dat. Met zijn muziek en zijn dwarsheid was hij een exponent van de anarchie van de jaren zestig. Die levenshouding bracht hem fans in heel Nederland.