onzedelijkheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets dat niet netjes is volgens de geldende (seksuele) gewoonten en normenIn 1911 werd de reglementering afgeschaft en werden met de Wet op de Onzedelijkheid de bordelen verboden.Het is Beltane; kon hij daar niet nuchter voor blijven? Was hij naar een van die heidense feesten geroepen dan had hij het zich herinnerd, dacht ze, en haar wangen gloeiden van de onzedelijkheid van de gedachte.
Etymologie
*afleiding van onzedelijk
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek