onzin
mannelijk (de)/ˈɔnzɪn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- dat wat niet waar of redelijk isWat een onzin is dat, zeg!.Heb ik echt nooit iets geweten? Wat een onzin om te denken dat je na veertien jaar huwelijk elke dagelijkse stap van de ander kent.Arend had gemopperd dat het onzin was dat hij mee moest, zoiets kon ik prima alleen; hij wilde een hard matras, zoals we altijd hadden gehad.
Etymologie
*Afgeleid van zin
Vertalingen
Engelsnonsense
Fransnon-sens
Spaansabsurdo, majadería, sinsentido
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek