onzinnigheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het helemaal fout zijn van iets
    Volgens Hanczewski blijkt uit de publieke reactie de onzinnigheid van de waarschuwing van sommige impresario's 'dat mensen er niet mee kunnen omgaan'. "Dertig jaar geleden kwamen sommige acteurs nog in de problemen. Maar we leven nu echt in een andere tijd."
  2. iets dat helemaal fout is
    "Als hij zegt: "Grenzen dicht voor terroristen", dan denk ik wat een onzinnigheid", zei Wienen vanmiddag in het programma Kamerbreed (AVROTROS) op NPO Radio 1. Volgens hem zijn er nou eenmaal vluchtelingen in Nederland en daar moet men iets mee.

Etymologie

* afleiding van onzinnig