flauwekul

mannelijk (de)/ˌflɑuwəˌkʏl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. informeel (informeel) iets wat in geen enkel opzicht zinvol is of iets van nut of betekenis heeft
    Als ze nu eens zouden beginnen al die administratieve flauwekul af te schaffen voor het onderwijzend personeel, zou er dan niet minder stress zijn bij die mensen? De Telegraaf 15 jul. 2019 [https://www.telegraaf.nl/watuzegt/160515435/meer-respect-voor-de-onderwijzers ’Meer respect voor de onderwijzers’]
  2. verouderd, voeding (verouderd), (voeding) leverworst in het zuur, die als snack vooral in het Amsterdam van vóór de Tweede Wereldoorlog populair was
    Flauwekul is leverworst met een uitje.

Etymologie

*Ontstaan uit de vaste verbinding flauwe kul.

Uitdrukkingen

  • Delen door nul is flauwekul{{wiskunde|nld

Vertalingen

Engelsnonsense
Spaanstontería