Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
zottenpraat
mannelijk (de)/'zɔtənprat/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- dwaasheid, onzin of onzinnige praat, oftewel iets dat in geen enkel opzicht zinvol is of van nut is.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek